Schenken met een gerust gemoed, het kan!

- Tom Mespreuve

In het kader van vermogensplanning is de ‘schenking’ een bijzonder bruikbaar en flexibel instrument. Weliswaar lijkt de modale burger er toch enige bezorgdheid op na te houden om, zonder meer, een deel van zijn vermogen weg te schenken.

De bezorgdheid vloeit voornamelijk voort uit het gebrek aan zekerheid wat de toekomst zal brengen. De schenker vraagt zich onder meer af of hij na de schenking, zelf nog voldoende vermogend zal zijn en of de begiftigde verantwoord zal omgaan met het geschonken vermogen?

Voor alle zorgen bestaat er een oplossing.

Hieronder wordt een overzicht gegeven van enkele klassieke bekommernissen (syndromen) en worden gelijk een aantal remedies voorgesteld.

Ferrari-syndroom

Het Ferrari-syndroom is een klassiek geval waar veel ouders mee te kampen hebben wanneer zij overwegen om een schenking aan hun (meerderjarige) kinderen te doen.

Dit syndroom wordt gekenmerkt door de (mogelijk terechte) vrees van de schenker, dat de begiftigde niet op een verantwoorde wijze met het geschonken vermogen zal (kunnen) omgaan.

Deze vrees kan onder meer verholpen worden door een bewindsclausule aan de schenking te koppelen. Concreet zal er een bewindvoerder aangesteld worden, die zal instaan voor het beheer van het geschonken vermogen. Dit bewind kan onder meer behouden worden tot de begiftigde een bepaalde leeftijd bereikt, waarna hij volledig vrij zal kunnen beschikken over de schenking.

Zo nodig kan men alternatief/complementair gebruik maken van een vervreemdingsverbod.

Heksen-syndroom

Het heksen-syndroom impliceert dat de schenker er enig wantrouwen op nahoudt dat (een deel van) het geschonken vermogen in handen zal komen van de schoonfamilie, bijvoorbeeld wanneer het huwelijk van de begiftigde ontbonden zou worden.

In principe, bvb bij ontstentenis van een huwelijkscontract, valt een schenking in het eigen vermogen van de begiftigde en dus niet in de huwelijksgemeenschap. Uiteraard weerhoudt niets de begiftigde er van om zijn huwelijksstelsel te wijzigen, zodat het geschonken vermogen alsnog in de huwelijksgemeenschap terecht kan komen.

Deze vrees kan verholpen worden met een uitsluitingsclausule. Dit impliceert een formeel verbod tot latere inbreng in de huwelijksgemeenschap.

Zo nodig kan men alternatief/complementair gebruik maken van een ‘uitsluiting van het ouderlijk vruchtgenot’, of een ‘fideicommissum de residuo’.

Naaktheidssyndroom

Het naaktheidssyndroom heeft te maken met de vrees van de schenker, dat hij in de toekomst niet genoeg van zijn vermogen zal hebben overgehouden om zelf rond te komen.

De meest voor de hand liggende oplossing is een schenking met behoud van vruchtgebruik. De begiftigde krijgt op die manier ‘enkel’ de blote eigendom in handen, terwijl de schenker voor de rest van zijn dagen zal kunnen blijven genieten van de vruchten (inkomsten, intresten, dividenden, etc…) van het weggeschonken vermogen.

Als men op die manier bvb. een verhuurde woning wegschenkt, zal men het recht op de vruchten, zoals huurinkomsten, behouden.

Zo nodig kan men alternatief/complementair gebruik maken van een ‘last van verzorging’.

Het Baronsyndroom

Het Baronsyndroom is kenmerkend voor personen die graag zoveel mogelijk de touwtjes in handen blijven houden, zelfs nadat zij over een deel van hun vermogen beschikt hebben.

Om aan de eisen van de schenker te voldoen kan er een vervreemdingsverbod gevoegd worden aan de schenking. Op die manier zal de begiftigde niet kunnen beschikken over het vermogen, zonder voorafgaande toelating door de schenker. Het vervreemdingsverbod kan bijkomend gecombineerd worden met een behoud van vruchtgebruik, zodat er nog sprake is van een beheersmandaat in hoofde van de schenker.

Indien men de controle over het geschonken vermogen nog verder zou willen doortrekken, kan men gebruik maken van een maatschap. Zo kan het vermogen worden ondergebracht in een vehikel dat onder de uitsluitende controle staat van de schenker.